De Hanesteen

De Hanesteen is een grote bekende zwerfkei welke zich tegenwoordig bevind nabij de spoorovergang in Hattemerbroek. De steen was in 1969 opeens verdwenen maar is door een zoekactie van de plaatselijke oudheidskundige vereniging in 1983 terug gevonden in Epe. Niet veel later is de steen weer terug gebracht naar Hattemerbroek en heeft deze tijdens een feestelijke plechtigheid een monumentaal plekje gekregen nabij de Oude Kerkweg en het Vijzelpad op de tegenwoordige Hanesteenseweg. Bij dit soort historische stenen komen al gauw de vragen omhoog of er misschien meer achter schuil gaat dan dat men op het eerste moment zou verwachten. Om wellicht enkele antwoorden omtrent de steen te krijgen zullen we alles in een wat breder perspectief moeten bekijken. In de Elburger Courant 21 januari 1994 stond een heel stuk over de steen geschreven waarin word vermeld dat de steen wellicht ooit is gebruikt als onderdeel bij voorouderverering. Echter spreekt men hier meer over het algemeen gebruikt van dit soort stenen in de Oudheid. De steen zou zijn naam danken aan een haan die in vroegere tijden altijd op steen stond en de bevolking luid toesprak met zijn hanegekraai. Een tweede theorie luid dat de steen eigenlijk de Anesteen heet en is vernoemd naar een anewende. Dit was het einde van een akker waar paard en ploeg vroeger keerde om vervolgens de naast gelegen baan te kunnen ploegen. Onder andere rond Heerde kwam de Hanewende of Anewende diverse malen voor. Wellicht verklapt deze naam de plek waar de steen ooit is gevonden.

Links Hattemerbroek / Voskuil. In de midden de Hanesteen en het Vijzelpad wat uitkomt bij de Gaedsberg (Gaasberg)

De overlevering leert ons dat er langs het Vijzelpad ooit een stuk meer van dit soort grote keien aanwezig waren die thans allemaal zijn verdwenen. Deze zogenoemde voorouderstenen zouden onder andere zijn gebruikt als fundering van het eerste kerkje op de Gaedsberg in Hattem. Deze berg is vrijwel zeker in de oudheid een Germaans heiligdom geweest en dankt zijn naam aan Godsberg en uiteindelijk aan Wodansberg. Deze heuvel is waarschijnlijk de oudste plek van Hattem en zou ooit bevolkt zijn door de Germaanse stam de Chattuarii of Hattuarri wat uiteindelijk is verbasterd in Hattem. Het eerste christelijke kerkje op de Gaedsberg moet ongeveer rond het einde van de 8e eeuw zijn gebouwd toen in opdracht van Karel de Groote de eerste evangeliepredikers de buurten rond Hattem bezochten. Zij troffen op de Gaedsberg een diepgeworteld vooroudergeloof aan die geweid was aan de Germaanse god Wodan. Het is dan ook zeer aan te nemen dat de keien van Vijzelpad in de fundering van het Kerkje op de Gaedsberg zijn gebruikt omdat de overgang van heidendom naar christendom wat makkelijker te laten verlopen. Op tal van plekken in Nederland zijn heidense voorwerpen in het christendom ge├»ntegreerd om simpelweg de bevolking te kunnen winnen voor het nieuwe geloof.


De Voskuil
De Voskuil of Vossenkuil is als buurtschap behorende tot Oldebroek al erg oud. Er zijn in het verleden veronderstellingen gemaakt dat het buurtschap Voskuil een plek geweest zou zijn waar de voorchristelijke goden werden aanbeden. Voskuil zou dan ook verwijzen naar de Germaans Friese god Fosite welke waarschijnlijk afkomstig is uit de Noordse mythologie (Forseti) In de Germaanse mythologie is hij een god gewijd aan de rechtspraak. In een wat latere tijd zou de Friese god Fosite zijn omgedoopt tot de godin Foste, mogelijk om het samen te trekken met de Romeinse godin Vesta. Als we bovenstaande tekst in ogenschouw nemen kunnen we haast niet anders een connectie te maken met de eveneens beroemde steen de Grieze Pinke in Oldebroek. De Grieze Pinke die zich in de zogenoemde Wolfskamer bevond wat weer grote overeenkomsten heeft met de diverse Wolfskuilen verspreid door het land. Voskuil en Wolfskuil lijken immers erg veel op elkaar en de Wolfkuilen worden geregeld in verband gebracht met voorchristelijke erediensten. Echter werden deze plekken verkettert en om angst te zaaien in verband gebracht met wolven.

Vogelenzang
Ook zijn er kleine aanwijzingen dat er in Voskuil ooit een vrouwelijk centrum heeft gestaan waar priesteressen erediensten hielden. Het inmiddels niet meer bestaande Jufferenwegje zou hier nog een lange tijd aan hebben herinnert. Mogelijk is hier in een latere tijd ook nog een vrouwe klooster geweest maar schijnbaar alle bronnen ontbreken over dit onderwerp. Een mogelijke locatie waar deze vrouwelijke erediensten gehouden kunnen zijn is het landgoed Vogelezang. Deze plek word voor het eerst genoemd in 1386 nadat een groep volgelingen van Geert Grote na zijn dood hier een klooster wilde stichten. Hier werd echter door de bisschop van Utrecht geen toestemming voor gegeven en uiteindelijk werd het klooster gesticht aan de andere kant van de IJssel in Windesheim. Deze volgelingen van Geert Grote vormde een geloofsgemeenschap die bekend stonden als "De Zusters van het Gemene Leven" Ook de naam Vogelezang doet enigszins herinneren aan een vrouwelijk gezelschap aangezien vogelen een oud woord is voor paren en of geslachtsgemeenschap zowel bij mensen als bij dieren. Er is in het verleden gesuggereerd dat Vogelenzang, een naam die op verschillende plekken in Nederland voorkomt in verband kan worden gebracht met een bordeel. 


De vraag blijft toch een beetje of er nu een verband bestaat tussen zowel de Gaedsberg, de Hanesteen, de Voskuil, en Vogelenzang. De grote keien die ooit aan het Vijzelpad lagen en rond het jaar 800 zijn verplaatst naar de Gaedsberg zijn in 1894 opgegraven. Enkele waren zo zwaar dat deze zijn blijven liggen en wellicht onder de grond nog steeds aanwezig zijn. Dat er ooit rond Hattemerbroek priesteressen aan het werk waren die de Germaans Friese god / godin Fosite aanbeden blijft onbewijsbaar. De geschiedschrijver Haasloop Werner scheef rond 1844 dat er mensen in Voskuil woonde die nog steeds offers aan de Friese god brachten maar enig aanknopingspunt ontbreekt. Ook omtrent de Hanesteen is geen enkel bewijs of maar een aanwijzing dat deze in de oudheid ook maar van enige betekenis is geweest. Feit blijft wel dat het een prachtige steen is en waar waarschijnlijk al vele generaties met veel plezier naar hebben gekeken.



Geraadpleegde Bronnen:
Elburger Courant - 21 januari 1994
Elburger Courant - 20 juni 1950
Geldersche Volks-Almanak - 1843
Nederlandsch magazijn ter verspreiding van algemeene en nuttige kundigheden 1844